Händlerlinks
Terug naar kwaliteitsvol bouwen.
Reflectie van Christine Lemaitre.
Terug naar kwaliteitsvol bouwen.
De crises van de afgelopen jaren hebben een transformatieproces in gang gezet dat onze gebruikelijke manier van leven en ondernemen fundamenteel zal veranderen. Duurzaamheid is daarbij onontkoombaar. Alleen door bewust en verantwoord te handelen kunnen we onze leefomgeving op lange termijn veiligstellen. De richting die we uit moeten, is dus duidelijk. Ook voor het ‘hoe’ zijn er al genoeg ervaringen en oplossingen. Nu komt het erop aan om op alle maatschappelijke domeinen tot actie over te gaan – zonder voorbehoud.
Bij het bouwen draait het in de eerste plaats om het herontdekken van een sterk kwaliteitsbewustzijn. Lange levensduur speelt hierbij een sleutelrol. Goede duurzame gebouwen getuigen van hoge kwaliteit en worden langdurig en met plezier benut. We moeten weer leren denken in gebruiksperiodes van 100 tot 500 jaar. De tijd dat vastgoed een kapitaalbelegging was zonder dat je er nog verder in hoefde te investeren, is voorbij. In plaats daarvan zijn factoren als sufficiëntie en de daarmee samenhangende vraag ‘hoeveel is genoeg?’ uitgegroeid tot een criterium voor kwaliteit. Wat heb ik echt nodig? Wat kan ik weglaten? Hoeveel oppervlakte, materiaal en techniek zijn nodig? Hoe kan een gebouw eenvoudig worden herbestemd en uitgebreid? Tegelijkertijd mogen ontwikkelingen die op zich positief zijn, zoals circulair bouwen, geen vrijbrief zijn om met een gerust geweten grote hoeveelheden materialen en bouwonderdelen te blijven consumeren, zolang het ontwerp maar circulair is. Het komt er steeds op aan om zinvolle maatregelen te nemen die passen bij de bouwopdracht, waarbij economische, ecologische en socio-culturele factoren als één geheel worden benaderd. Er moet gekeken worden naar de volledige levenscyclus van een gebouw – van een weloverwogen en vooruitziende planning, over het noodzakelijke onderhoud, tot en met de ontmanteling of herbestemming. Dat laatste wordt vaak buiten beschouwing gelaten. Het is trouwens een mythe dat kwalitatief en duurzaam gebouwde projecten per definitie duurder zijn. De bouwkosten kunnen alleen al door een vooruitziende planning worden verlaagd, en de gebruikskosten liggen aanzienlijk lager dan bij conventionele gebouwen. Bovendien houden ze langer stand en bieden ze daardoor meer investeringszekerheid.

Maar als we het hebben over écht zinvolle maatregelen, dan staat het behoud van het gebouwenbestand altijd op nummer één. Behouden wat er is en het – waar nodig – aanpassen voor verder gebruik, is de enige juiste weg om hulpbronnen en CO2 te besparen en tegelijk onze bouwcultuur en identiteit te bewaren. Daarvoor is er nog meer openheid nodig. Vooral in steden staan veel ruimtes leeg, vaak omdat hun oorspronkelijk bedoelde functie overbodig is geworden. Een verandering van perspectief, gecombineerd met de moed om hier nieuwe, mensgerichte invullingen toe te laten, opent de weg naar positieve verandering op diverse vlakken.
We moeten af van vluchtige trends, twijfelachtige modes en het onophoudelijke streven naar uniciteit. Het gaat erom een leefbare, goed vormgegeven, hoogwaardig gebouwde omgeving te creëren en deze voor iedereen toegankelijk te maken. Alle mensen – ongeacht leeftijd, afkomst, huidskleur, inkomen of geslacht – moeten zich er veilig voelen en een gezond leven kunnen leiden. Discussies over wie de interpretatie bepaalt en individuele commerciële belangen horen hier niet thuis. Interessant is ook dat bestaande gebouwen en hun energieverbruik volgens recente studies beter scoren dan vaak wordt aangenomen. Nieuwbouw verbruikt daarentegen vaak meer energie dan vooraf berekend. Dat is opnieuw een duidelijk argument voor het behoud van het gebouwenbestand.
We staan voor een gigantische uitdaging op het gebied van transformatie en ombouw, waaraan onze hele sector moet meewerken. Er is heel wat werk aan de winkel. Tegelijk biedt dit voor iedereen de kans om als voorloper op te treden en bij elk bouwproject – of het nu gaat om hoogbouw of infrastructuur – telkens nét dat stapje verder te gaan dan wat momenteel wordt gevraagd. Daarin schuilt onze verantwoordelijkheid.

Terug naar kwaliteitsvol bouwen.
Christine Lemaitre studeerde burgerlijk ingenieur aan de Universiteit van Stuttgart en werkte daarna als constructeur in de VS. Vanaf 2003 was ze onderzoeksassistent aan de Universiteit van Stuttgart en vanaf 2007 projectleider bij Bilfinger Berger AG. Haar doctoraat behaalde ze in 2008. Sinds 2009 is Lemaitre actief bij de Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen (DGNB): eerst als hoofd van de afdeling Systeem en sinds 2010 als gedelegeerd bestuurder. Momenteel is ze voorzitter van het CPEA-netwerk (Climate Positive Europe Alliance) en de Duitse Wissensstiftung, een stichting die zich richt op kennisdeling rond duurzaamheid. Daarnaast is ze lid van de adviesraad voor bouwcultuur van de deelstaat Baden-Württemberg, van de duurzaamheidsraad van de Zentraler Immobilien Ausschuss vzw (de Duitse federatie voor de vastgoedsector), en voorzitter van de raad van bestuur van het Cradle to Cradle Product Innovation Institute.
Terug naar kwaliteitsvol bouwen.
Reframe Resilience
Hier vind je meer boeiende info over dit onderwerp.
Reframe Resilience.
Reframe Resilience.
Reframe Resilience.
Zie houdbaarheidsdatum – vier stemmen over het thema bestendigheid.
 
PageConfig.OriginalHttpReferrer: -
PageConfig.OriginalQueryString: