Finstral-bedrijfsleider Joachim Oberrauch bezoekt Aitor Fuentes en Igor Urdampilleta, twee van de vier oprichters en partners van het architectenbureau Arquitectura-G, en krijgt ideeën, modellen en huizen gepresenteerd. In het gesprek dat daarop volgt, gaat het onder meer over het binnenklimaat; over tussenruimtes, waar de grens tussen binnen en buiten vervaagt; over lagen, bescherming, ventilatie – en, natuurlijk, over ramen. Maar bovenal gaat het over de kunst om een bestaande bouwstructuur aan te passen aan nieuwe omstandigheden – en daarmee de aanpassing (en de omstandigheden) structuur te geven.
Tekst: Stefan Sippell
Foto’s: Gregori Civera
Beeldcredits: Stefan Sippell, Arquitectura-G
1.
Zoals velen in zijn familie heeft Joachim Oberrauch een passie voor ramen; je zou hem zowaar een ‘raamnerd’ kunnen noemen. Als hij door een stad loopt, kijkt hij vaak omhoog en altijd naar de ramen. Op weg naar de studio van Arquitectura-G in Barcelona vallen hem de vele erkerramen op – en hoe hoog vele van de oudere ramen zijn. “Dan komt er natuurlijk meer licht binnen,” legt hij uit. “Vuistregel: in vergelijking met een breed raam is er voor een lange, hoge ruit slechts een derde van het glasoppervlak nodig om dezelfde hoeveelheid licht binnen te laten. Dit kan een van de redenen geweest zijn waarom ze vroeger de ramen zo smal en hoog maakten. Meer licht, meer warmte, minder glas.”
2.
Op de tafels, in de rekken, van de vloer tot het plafond: in de studio van Arquitectura-G staan overal schaalmodellen. “Ongebruikelijk in deze tijden, dat is waar,” zegt Aitor Fuentes. En de schaal is verrassend groot te noemen. “Bij voorkeur 1:20. Alleen omdat de opdrachten in de loop der tijd grotere dimensies begonnen aan te nemen, moesten we de schaal wel verkleinen: 1:50, soms 1:100.” Joachim: “Maar modellen zijn dus nog steeds belangrijk voor jullie?” Ook hij weet hoe waardevol ze zijn: bij Finstral wordt gewerkt met talloze profielstalen, die onmisbaar zijn voor het ontwikkelen van de ramen – én om er uitleg bij te geven. Aitor: “Ja, modellen zijn fundamenteel. Niet zozeer voor de bouwheer, maar voor ons. De modellen hoeven niet mooi te zijn, we maken ze niet voor het archief. In tegenstelling tot een 3D-visualisatie op de computer is een schaalmodel gelukkig nooit perfect. Juist daardoor ontstaan er steeds weer onverwachte perspectieven, al tijdens het construeren en in elkaar zetten. We kunnen letterlijk ons hoofd in onze ideeën steken. Alleen op deze manier krijg je een goed beeld van de totale werking.”
3.
Kunnen we een mysterie onthullen? Waarom eigenlijk die ‘G’ achter ‘Arquitectura’? Igor Urdampilleta: “Het was de naam van onze groep aan de universiteit, toen wij vieren elkaar ontmoetten aan de faculteit architectuur. We weten eigenlijk niet precies waarom we onszelf zo genoemd hebben. Er zijn theorieën, maar...” Aitor: “Ik denk dat we ‘a-g’ gewoon goed vonden klinken. We hadden het ook kunnen gebruiken voor een ander gezamenlijk project, ook voor een tijdschrift.” Igor: “Het begon als een grap, maar groeide al snel uit tot iets serieus. Er is geen eenduidige verklaring voor.” Aitor: “Ja, ik weet het: het verhaal is misschien een beetje teleurstellend.” Of misschien juist niet?
4.
Ook voor de naam Finstral bestaat een verklaring... en ook die is allesbehalve eenduidig. Joachim: “Het heeft te maken met het Italiaanse ‘finestra’ (raam, red.). Maar ook met het Duitse ‘Strahl’, het licht dat door de ramen naar binnen valt. In de beginperiode werd het zelfs ‘Finstrahl’ geschreven, met een h. En mijn vader was toen al een grote fan van Fins design – nog vóór hij het bedrijf oprichtte, toen hij nog schrijnwerker was. ‘Fin’... ook die associatie beviel hem wel.”
5.
Vraag je Arquitectura-G in hoeverre de klimaatcrisis hun werk beïnvloedt en hoe zij aankijken tegen het alomtegenwoordige buzzwoord ‘duurzaam bouwen’, dan lijkt het in eerste instantie alsof ze weigeren een duidelijk antwoord te geven. Alsof ze het onderwerp wat relativeren. Een soort van ‘afkoelen’, zo je wil. Igor: “Dat was en is gewoon niet onze drijfveer voor architectuur.” Aitor: “Het is voor ons nooit het uitgangspunt, maar altijd slechts een deel van de oplossing. Wij richten ons op structuren en proberen problemen op te lossen die zich daarbij op verschillende niveaus voordoen. Het omgaan met veranderende omstandigheden, zoals door de klimaatverandering, komt er als extra niveau bij.”
6.
Bij Arquitectura-G is het denken in niveaus, in lagen, niet alleen metaforisch op te vatten, maar ook letterlijk. Een beetje zoals het ‘laagjesprincipe’ bij kledij. Igor: “In ons werk maken we graag de basisstructuren van het gebouw zichtbaar. Maar dat is niet altijd eenvoudig, vooral hier in Spanje, in Barcelona – en al helemaal niet als het nog warmer wordt. Je hebt de structuur, en dan komen de ramen, die de structuur bedekken. Vanwege de zon en de hitte hier, heb je nóg een niveau nodig, een extra laag: een die de ramen van zonwering voorziet. Maar hoe krijg je dat voor mekaar: deze lagen opbouwen en toch de structuur zichtbaar houden?”
7.
Aitor laat ons een schilderij zien van de beroemde schilder Ramon Casas uit Barcelona uit 1892. Het is getiteld ‘Openluchtinterieur’ en toont een koppel gezeten aan een tafel op een terras, een soort van tussenruimte tussen binnen en buiten. De man leunt achterover met zijn ogen dicht. De vrouw roert in haar kopje, in gedachten verzonken. Igor: “In onze studio werken we bijna obsessief met dit soort tussenruimten. Het is daarvoor essentieel om in verschillende lagen te denken, ze te plannen en bewust vorm te geven.” Op het schilderij zie je enkele van de lagen waar Igor het over heeft: muur, gordijn, raam, luik, planten. Boven: de zonwering die zo typisch is voor Barcelona – een soort jaloezie, gemaakt van dunne houten latten die samengebonden zijn en die op- en afgerold kunnen worden. Joachim: “Zonder stevige, dikke muren kan het binnenklimaat natuurlijk heel hard gaan schommelen. Maar dat kan gemakkelijk gereguleerd worden door verschillende lagen, niveaus toe te passen.”
8.
Dat is precies hoe Finstral ramen begrijpt en construeert: in verschillende lagen, van buiten over het midden tot binnen. In niveaus waaraan functies zijn toegewezen die een modern raam moet vervullen. En dat zijn er veel. “Ik heb het eens uitgerekend,” zegt Joachim. “En ik kwam uit op 29 functies.” Enkele daarvan zullen belangrijker worden in het kader van de klimaatcrisis, afhankelijk van de regio waar het raam zo lang mogelijk moet meegaan. “Dichtheid bij zware regenval, bijvoorbeeld. Of bescherming tegen de zon, tegen hitte dus. Maar het komt altijd neer op het samenspel van alle functies.” Ook hier is regulatie dus belangrijk: goed kunnen werken met lagen, zo je wil.
9.
Er is net een korte bui gevallen in Barcelona en nu schijnt de zon weer door de ramen van Arquitectura-G. Precies op een van de modellen waar we nu voor staan. “Dit worden kantoren voor het tijdschrift Apartamento,” zegt Igor. “Midden van de buurt Eixample.” Een verbouwing, maar een nogal drastische: het dak wordt geopend om een binnenplaats te creëren. In beide helften van het huis: profielloos glas dat kan worden geopend, dat kan verdwijnen dus eigenlijk. Daaroverheen wordt dan als extra laag de traditionele zonwering gespannen of gerold, die ook te zien is op het schilderij van Casas. Igor: “Dat is het goede aan het klimaat hier in Barcelona. Je kan veel tijd doorbrengen met de ramen open, met alleen deze houten jaloezieën.” Aitor: “In deze stad kun je echt vaak buiten lunchen, misschien wel acht of negen maanden per jaar. Dat zou in Oslo waarschijnlijk moeilijker zijn.”
10.
Tijd voor gezond verstand – dat zich ook bij architectuurprojecten nuttig toont. Aitor: “Er zijn zaken die je weet van in het begin. Je kent de oriëntatie van het perceel, je kent het weer, het klimaat van de stad. Dat ligt allemaal op tafel vanaf dag één. Je gaat toch geen onzin voorstellen die vanuit klimatologisch oogpunt nergens op slaat?”
11.
Maar het is wel op dit punt dat de eisen van de opdrachtgevers in het spel komen – en soms in de weg komen te zitten. Aitor: “Mensen willen altijd de perfecte binnentemperatuur. Maar ik weet niet of dat altijd zinvol is wat betreft de CO2-voetafdruk, als het om een weekendhuis gaat, bijvoorbeeld. Misschien moet je geen fortuin spenderen aan muren van 60 centimeter dik, waarvan de productie enorm veel CO2 genereert. Misschien steek je dan liever af en toe en klein haardvuur aan.”
12.
En dan heb je als architect of raamfabrikant ook nog te maken met wettelijke voorschriften: steeds meer, steeds gedetailleerder, steeds minder flexibel. Igor: “Er zou echt minder regelgeving moeten zijn. Zoals ik al zei, maakt het deel uit van onze verantwoordelijkheid om hoe dan ook rekening te houden met de omstandigheden, inclusief het klimaat. Daar hebben wij geen regels voor nodig! Des te absurder is het dat er in de Pyreneeën in het noorden van Spanje precies dezelfde regels gelden als in het centrum van het land.” Dat zie je tegenwoordig aan veel gebouwen: “Architecten concentreren zich op het volgen van regels in plaats van na te denken over architectuur.” – “Het is zoals met auto’s,” voegt Joachim toe. “Dat zoveel auto’s tegenwoordig zo op elkaar lijken, komt door de regels. Te veel voorschriften maken het moeilijker om creatief te zijn. Niet geheel zonder risico, als we ons verder willen ontwikkelen en vooruitgang willen boeken.”
13.
Anderzijds: zijn het niet de obstakels – het moeten aftasten van grenzen – die de creativiteit stimuleren? De ontwerpen van Arquitectura-G lijken deze stelling alleszins te bevestigen. De modellen tonen heel uiteenlopende manieren van denken in termen van structuren en het ontwerpen in lagen – en tegelijkertijd het bieden van bescherming en ventilatie.
13.1
Nog een gebouw met die typische zonwering van Barcelona. “Licht,” zegt Aitor. “Licht qua gewicht, maar ook licht in de zin van gemakkelijk omhoog en omlaag te trekken. Je opent het raam en de zonwering hangt voor het balkon. Dan heb je lucht.” Joachim: “... en zicht op de straat.”
13.2
Een gemeenschapscentrum in Benin (West-Afrika). De temperatuur is hier het hele jaar door constant 30 graden; met regen – of zonder. Muren van klei, alle ruimtes open: dwarsventilatie! Het dak houdt je droog, biedt schaduw – en het toppunt: het dient als atletiekbaan.
13.3
Een appartementsgebouw in Albanië. Het ontwerp combineert twee noodzakelijke elementen: bescherming tegen vallen en bescherming tegen direct zonlicht. De balkonbalustrades openen naar beneden toe en vormen schermen – vast en transparant.
13.4
Een huis in de Pyreneeën. Aitor: “Hier zijn we momenteel mee bezig. Het gaat om een uitbreiding. Het bevindt zich in een gebied waar het koud kan zijn en er sneeuwt valt. Het dak vormt dus de cruciale structuur. We hebben een soort paviljoen in gedachten; en we overwegen om een deel van het gebouw in de grond te integreren – om het huis te herleiden tot het dak zelf.”
14.
Het is dus een kwestie van aanpassen aan de lokale omstandigheden – waaronder (maar niet alleen) de klimaatcrisis. Ook aan regels, voorschriften en eisen, voor zover nodig. Tegelijkertijd moet men dit proces van aanpassing ook begrijpen als een creatief proces, waarbij speelruimten worden benut en uitgebreid voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën. Evolutie, maar doelbewust uitgelokt, bewust gestuurd. Lastig? Igor: “Het is moeilijker om moedig te zijn tegenwoordig. (It’s harder to be bold these days.)”
15.
En dan gaat het naar buiten: van het modelleren van de constructie tot de realisatie ervan – in Barcelona. We staan voor een appartementencomplex van vijf verdiepingen, een nieuwbouw ontworpen door Arquitectura-G in het oude stadsdeel Poblenou aan de Carrer de la Llacuna. Hier waren ze gebonden aan een belangrijke restrictie: de bestaande esthetiek van de gebouwen in de onmiddellijke omgeving moest gerespecteerd worden. Dat gaf hen dus weinig vrijheid op vlak van gevel en ramen. Igor: “We hebben ramen aanvaard gekregen waarbij langs de buitenzijde geen raamwerk zichtbaar is: de visuele impact hiervan is minimaal, als beglaasde gaten in de muur. Gecombineerd met een eenvoudige jaloezie voor zonwering.”
16.
Het bepalende structurele element van het Llacuna-hoekgebouw zit ergens anders: in het trappenhuis. Dat moest omwille van de brandveiligheid geventileerd zijn, maar de gebruikelijke plaatsing langs de gevel zou kostbare ruimte voor ramen en balkons hebben weggenomen. Aitor: “Dus bouwden we een wenteltrap en plaatsten die in het midden. Het trappenhuis heeft op elke verdieping een open verbinding met de gevel. En bovenaan zit een glazen dak, eveneens open, maar groter dan de diameter van het trappenhuis. Zo blijft alles droog, maar ontstaat er wel tocht, zoals in een schoorsteen.” Alles altijd open, het hele jaar door? “In deze omgeving kan dat, natuurlijk.”
17.
Op elke verdieping bevinden zich twee appartementen, telkens in een halve cirkel om het ronde trappenhuis heen. Alleen op de bovenste verdieping is er dubbel zoveel ruimte beschikbaar; hier is er maar één appartement, waarin de bewoners als het ware rondjes draaien. Vertrekkend vanuit de kern zitten er eerst de technische voorzieningen ingewerkt in de muur, dan volgen de grote kook- en woonruimte en vervolgens de kleinere slaapkamers en badkamers, op twee niveaus. Laag voor laag opgebouwd, tot bij de ramen, balkons en de uitgang naar het dakterras. Voor een gebalanceerd binnenklimaat zorgen niet alleen de eerder genoemde jaloezieën (en de airconditioning), maar ook de hoge loofbomen in de straat. In de zomer zorgen de bladeren voor schaduw; in de winter, wanneer de takken kaal zijn, komt er meer licht binnen.
18.
“Aangezien we voor de gevel gedwongen waren om de esthetiek van de omliggende gebouwen te volgen,” zegt Igor, “besloten we om binnen een verschil te maken, met een grote, ronde uitsnede in de kern.” Joachim: “Goede oplossing.” En bekroond met de prestigieuze Spaanse FAD-prijs voor architectuur (2022).
19.
Hoe radicaal kan men zijn? Vroeger, maar ook nu? Tijdens ons bezoek aan Barcelona laten Aitor en Igor ons ook La Fábrica zien. Ze weten ons veel te vertellen over deze voormalige cementfabriek buiten de stad, in 1973 gekocht door (latere) architectuurlegende Ricardo Bofill. Sindsdien is ze voortdurend verbouwd geweest, getransformeerd en omgetoverd – tot zijn kantoor, zijn huis, zijn ideeënfabriek, zijn sprookjeskasteel. Bofill stierf in 2022. De jonge studio Arquitectura-G had in de jaren voor zijn dood een goed contact met de man en zo hebben ze ook een aantal projecten gerealiseerd in samenwerking met Bofill’s bedrijf RBTA. “Het moet er wild aan toe gegaan zijn in de beginjaren van La Fábrica,” vertelt Igor. “Bofill en zijn vrienden waren jong en ze schrikten er niet voor terug explosieven te gebruiken om zelf muren op te blazen en ruimte te winnen. Ze organiseerden er speciale feestjes voor.” Aitor: “Onder het motto: Gin and Tonic and Dynamite. Hé, wat kan er nu misgaan?”
20.
Vandaag de dag is dat architectonische radicalisme nog steeds te vinden, in dit geval in een kleine woonstraat in Barcelona. Je moet er wel naar op zoek, want het ligt ver weg van de gebruikelijke drukte: weinig verkeer, geen toeristen. Gewone huizen, het ene naast het andere, soms hoger, soms lager, soms nieuwer, soms ouder, allemaal met normale ramen, deuren, rolluiken, garagepoorten. En dan plots, een witte muur: ‘Casa Costa’.
21.
Aitor: “Het oorspronkelijke plan was het huis dat hier stond te renoveren. Het hele planningsproces hiervoor was afgerond. Maar toen realiseerden we ons dat de structuur binnen veel te beschadigd was. Dus moesten we duidelijk maken aan de eigenaars – het gezin dat hier woonde en nog steeds woont – dat het niet de moeite zou lonen. Afbreken en terug opbouwen zou veel slimmer zijn. Zelfs als alles dan een jaar langer zou duren. En dat midden van de coronapandemie. In eerste instantie was dat een enorme shock...” Hij glimlacht: “De shock was groter dan ons ontwerp.”
22.
Naar de straat toe: alles wit. En (quasi) een blinde muur. Natuurlijk kunnen de deur met bovenlicht, de beide luiken voor de technische voorzieningen en de twee vensterluiken op de eerste verdieping open; de witte kleur die anders oververhitting voorkomt door haar reflecterende effect, leidt dan het zonlicht naar de slaapkamers. Maar wat het wit vooral doet, is de openingen in de muur doen verdwijnen. Igor: “Deze gevel is niet geconcipieerd om een verbinding met de buitenwereld te creëren, maar om het huis aan deze kant juist te laten afsteken, het te beschermen, het anoniem te maken.” Aitor: “Alsof er helemaal geen gevel is – enkel een muur.”
23.
Hangt de elektriciteitskabel met opzet daar waar hij hangt? Igor: “Ja, in het begin wilden we hem daar helemaal niet, het was een nachtmerrie. Maar het ging niet anders. Dan hebben we hem maar bewust deze plaats gegeven. Intussen ben ik hem gaan appreciëren. Het geeft de muur een beetje... leven.”
24.
Ook bij ons bezoek doet Casa Costa wat het moet doen: het sluit zich af. We kunnen vandaag niet naar binnen, we moeten genoegen nemen met uitleg en foto’s van de binnenkant. Daar is alles volledig anders: alles is open. Uitermate geïnspireerd op de Zuid-Europese patio-traditie, maar consequenter doorgevoerd. Huis en binnenplaats: één gezamenlijke ruimte, één grote tussenruimte. Aitor: “Het huis opent zich hier voor de mensen die er leven.” De grote glaselementen kunnen volledig opzij geschoven worden. Wat volgt is nog een dunne, mobiele laag: lange witte gordijnen. Igor: “Ik vind dit een mooie foto, waarop alleen de gordijnen dicht zijn. De laag tussen binnen en buiten bestaat alleen uit deze millimeterdunne laag stof – die op dit moment gevel wordt. De gevel wordt dus, afhankelijk van het weer, het klimaat en het seizoen, gevormd door het gordijn. Of de gevel wordt een raam zonder gordijn. Of de ramen met gordijn zijn de gevel.”
25.
Casa Costa heeft geen airconditioning nodig, ook al was dat niet het doel van het architectonische ontwerp, eerder een neveneffect. Aitor: “Volledige openheid aan de binnenkant en volledige geslotenheid aan de buitenkant – dat was de drijfveer achter het project: hoe konden we dat voor elkaar krijgen?” Igor: “Pas daarna zijn we ook rekening beginnen houden met de klimatologische situatie.” Het huis lijkt perfect te passen bij de omstandigheden – deze locatie, deze stad, het klimaat, de klimaatcrisis... – juist omdat het zich niet aanpast. Je zou dit de structuur (en structurering) van de aanpassing kunnen noemen. Joachim: “Uiteindelijk is dat inderdaad de uitdaging: de juiste oplossing vinden voor elk specifiek gebouw, dat uniek is door zijn plaats, omgeving, en voorwaarden.”