Hoe passen we bestaande bouw aan de klimaatverandering aan? Welk beleid is zinvol? Prof. Kristina Orehounig van de TU Wenen doet al vele jaren onderzoek naar renovatieconcepten, sufficiëntiebeleid en buurtoplossingen. Als hoofd directe verkoop Italië Noord-Oost, heeft Kristin Oberrauch duizenden (gedeeltelijke) renovaties begeleid. Tijdens hun ontmoeting in Wenen spraken ze over de noodzaak om op een nieuwe manier na te denken over renovatie – niet alleen als een upgrade, maar als een nieuwe interpretatie van het bouwen.
Mevrouw Orehounig, u hebt architectuur gestudeerd, maar u doet nu al jaren onderzoek naar duurzaamheid en energieoptimalisatie. Waarom houdt u zich bezig met renovatie in plaats van nieuwbouw?Oorspronkelijk wilde ik, net als de meeste architecten, nieuwe dingen bouwen. Maar uit mijn onderzoek bleek: de meeste gebouwen staan er al – en dit is de plek waar het zal moeten gebeuren, willen we de klimaatdoelen halen. Bij nieuwbouw zijn de eisen duidelijk en zijn er weinig obstakels: er wordt gekozen voor drievoudig glas. Maar er moet nog enorm veel gebeuren bij bestaande bouw: alles moet worden geoptimaliseerd om ervoor te zorgen dat deze gebouwen duurzaam, efficiënt en toekomstbestendig worden in de zin van stabiel thermisch comfort, ook als de buitentemperatuur steeds hoger wordt.
Waarom is renovatie vaak de betere keuze?Op basis van de gehele levenscyclus van een woning hebben we geanalyseerd of renovatie of nieuwbouw duurzamer is. De uitkomst: nieuwbouw kan alleen een lagere CO
2-uitstoot hebben als alle materialen – van kozijnen tot dakbalken – worden hergebruikt. Dit is op dit moment echter nog een lastig verhaal omdat de markt voor gerecyclede bouwcomponenten nog zeer beperkt is.
Toch lijkt de realisatie dat we meer moeten renoveren, maar heel langzaam binnen te komen. Zou dat bewustzijn echter toenemen als de energieprijzen stijgen?Energie is nog steeds te goedkoop. Ook al is energie duurder dan vroeger, dan nog is dat vaak niet voldoende om beslissingen te beïnvloeden. Veel mensen houden vast aan hun comfort – wat ik ook snap. Ik heb het zelf ook graag warm in de winter en koel in de zomer. Maar het is belangrijk om te weten waar de energie vandaan komt en hoeveel CO
2 die energie produceert.
Betekent dit dat we allemaal ons idee over comfort moeten bijstellen?Wat minder comfort is een optie. We zijn gewend geraakt aan een kamertemperatuur van 24 graden. Vroeger vond iedereen het gewoon dat het in bepaalde kamers koeler was. Idealiter zouden we de energie die nodig is voor een comfortabel binnenklimaat duurzaam opwekken en tegelijkertijd onze gebouwen energie-efficiënter maken.
“We hebben berekend dat met ‘s nachts luchten en passieve koeling de meerderheid van de woningen het in de toekomst zonder airconditioning zou kunnen stellen.” – Prof. Kristina Orehounig
Uit uw onderzoek blijkt echter ook dat volledige renovatie vaak niet nodig is?Onze uitgebreide gegevensanalyses van bestaande bouw in Zwitserland laat zien dat slechts bij 20 procent van de gebouwen gevelisolatie nodig is. In de meeste gevallen volstaat een gedeeltelijke renovatie, waarbij de kozijnen automatisch dak en het verwarmingssysteem worden gemoderniseerd. Het is belangrijk om rekening te houden met de eigenschappen van een gebouw, want niet elke maatregel leidt automatisch tot de gewenste besparingen.
Waarom zijn kozijnen zo belangrijk?Kozijnen zijn relatief eenvoudig te vervangen en hebben invloed op een heel scala aan factoren: energie-efficiëntie, daglicht, geluidsisolatie en warmte-isolatie in de zomer. Ons onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat ‘s nachts luchten ervoor zorgt dat er minder hoeft te worden gekoeld.
Hoe werkt dit in de praktijk?Met slimme, passieve oplossingen hoeven er vaak geen airco-systemen te worden gebruikt. Zo helpt het bijvoorbeeld om ‘s nachts te luchten: als je zorgt dat een gebouw overdag goed beschermd wordt tegen de zon en je ‘s nachts lucht, kun je het binnen goed koel houden. Dit werkt vooral goed in gebouwen met een zogenaamde hoge thermische massa – d.w.z. dikke muren of massieve plafonds die warmte opslaan. We hebben dit berekend met Zwitserland als voorbeeld en ontdekten dat met deze maatregelen de meerderheid van de woningen het in de toekomst zonder airconditioning zou kunnen stellen. Dat zou een enorme hoeveelheid energie besparen. Maar er zijn grenzen: zo zijn geluid en veiligheid in drukke steden echt wel een ding. En in streken waar er regelmatig tropisch warme nachten voorkomen, werkt het ook niet goed.
Waardoor kan het renovatietempo worden verhoogd?Vaak loopt het vast op sociale en financiële obstakels. Bij appartementencomplexen moet er vaak overeenstemming worden bereikt tussen veel eigenaren. De één woont er zelf en wil renoveren, de ander verhuurt slechts en is niet geïnteresseerd. Zonder stimulerende maatregelen blijft renovatie vaak liggen. Ook de esthetische identiteit van gebouwen weegt vaak zwaar. In Wenen bijvoorbeeld wordt er gediscussieerd over de vraag of de gebouwen in Gründerzeit-stijl gerenoveerd moeten worden om deze energie-efficiënter te maken, ook als dit betekent dat er ingegrepen moet worden in de gevels of dat het pleisterwerk moet worden verwijderd. Veel mensen identificeren zich met deze gebouwen – deze emotionele band kan renovatie bemoeilijken.
Zijn er ook nog andere redenen waarom het renovatiepercentage in Europa slechts één procent bedraagt?In veel gevallen ontbreken er duidelijke stimuleringsmaatregelen voor de lange termijn. Vaak worden regelingen opeens veranderd of geschrapt, wat mensen onzeker maakt. Daarnaast is er ook veel niet bekend: veel eigenaren weten niet in welke staat het pand verkeert en welke maatregelen zinvol zijn. Digitale hulpmiddelen zouden kunnen helpen om specifieke renovatieplannen op maat te maken. Een interessante benadering is seriematige renovatie, want modulaire standaard oplossingen versnellen het proces en verlagen de kosten, wat vooral voor grotere appartementencomplex of hele wijken een zinvolle optie zou kunnen zijn. Er moet echter wel voor worden gezorgd dat gebouwen niet “dood gerenoveerd” worden en hun oorspronkelijke identiteit behouden.
Hoe zou zoiets eruit kunnen zien?Dan valt er bijvoorbeeld te denken aan oplossingen voor een hele buurt. In Wenen hebben ze in een Gründerzeit-wijk de handen ineengeslagen om aardwarmtesondes en zonnepanelen op de daken te installeren. Dergelijke strategieën kunnen worden uitgebreid, maar dan moet er wel iemand zijn die de financiering plant, coördineert en organiseert. Een centraal loket of een soort renovatiemanager.
Waarom zijn er zo weinig gegevens over bestaande gebouwen?Er zijn geen uitgebreide bouwdatabases die op EU-niveau zijn gestandaardiseerd of die informatie bevatten over materialen en renovaties. Dit geldt voor veel bouwcomponenten. Geharmoniseerde en gemakkelijk toegankelijke databases kunnen bijvoorbeeld in combinatie met digitale tweelingen helpen om gerichte renovatiestrategieën te ontwikkelen.
Werkt u met digitale tweelingen?Ja, we hebben een klimaat-twin ontwikkeld voor Singapore om micro-klimaatanalyses uit te voeren en het buitencomfort te verbeteren Vergelijkbare modellen kunnen ook worden gebruikt voor renovaties.
Tot slot: Welke drie dingen zou u het liefst zo snel mogelijk veranderen om de bouwsector duurzamer te maken? - Meer aandacht voor klimaatneutraal bouwen: door middel van optimale oriëntatie, thermische massa, natuurlijke schaduw en efficiënte kozijnen een aangenaam binnenklimaat creëren – zonder veel technologie.
- Versnelde invoering van hernieuwbare energie: als we voldoende schone energie gebruiken, hoeven we niet elk gebouw maximaal te isoleren.
- Stimuleren van creatief hergebruik en herbestemming: gebruik bestaande bouw flexibeler in plaats van altijd maar nieuwbouw te plaatsen.